Deskundigen
Jane Abdo
6 december 2024
Afbeelding

Heb je je ooit afgevraagd waarom je instinctief over je hoofd wrijft na een stoot? Waarom je je hand uitschudt na een brandwond? Waarom je ouders je knie strelen na een val?

Of waarom zou het op de een of andere manier prettig aanvoelen?

Naast de algemeen erkende functies zoals cognitie, beweging en zintuiglijke waarneming, beschikt ons brein over een ongelooflijke verborgen capaciteit: het vermogen om nuttige mechanismen in te zetten die onbewust actief zijn. De eerder genoemde secundaire reacties op pijn – wrijven, snel bewegen en strelen – zijn geen fouten, maar kenmerken van ons geëvolueerde zenuwstelsel. Om deze reacties te begrijpen, moeten we eerst de oorzaak en het werkingsmechanisme ervan begrijpen.

Nociceptie begrijpen

Overal op onze huid en in de diepere weefsels bevinden zich verschillende structuren die reageren op verschillende soorten prikkels. Sommige reageren op aanraking, andere op proprioceptie en weer andere op schadelijke of pijnlijke prikkels. Deze worden nociceptoren genoemd en ze worden geactiveerd door de blootstelling aan verschillende prikkels – extreme temperaturen, intense druk, sterke chemische stoffen – waardoor verschillende dingen in onze omgeving pijn kunnen veroorzaken.

Maar de simpele activering van deze nociceptoren is niet voldoende om pijn te ervaren. Zoals Descartes al beweerde, wordt pijn door de hersenen waargenomen. Signalen moeten de hersenen bereiken om gevoeld te kunnen worden. Schadelijke signalen kunnen op twee manieren worden getransporteerd: via de snellere Aδ-axonen (5 tot 30 m/s) of de langzamere C-axonen (minder dan 1,0 m/s). Beide axonen worden beschouwd als axonen met een kleine diameter en geleiden signalen langzamer dan andere, grotere vezels.

Via deze vezels wordt het signaal naar de hersenen gestuurd. Maar dit gebeurt niet via een vaste, directe verbinding. Het is een veel complexer en dynamischer proces waarbij modulatie een rol speelt.

Pijnmodulatie

Voordat de signalen de hersenen bereiken, stoppen ze bij het ruggenmerg. Deze schakel is de thuisbasis van een centraal idee dat Ronald Melzack en Patrick Wall in 1965 opperden en dat het pijnonderzoek zou revolutioneren: de poortcontroletheorie van pijn. Deze theorie suggereert dat het ruggenmerg een neurologische "poort" bevat die pijnsignalen kan doorlaten naar de hersenen (de poort openen) of blokkeren (de poort sluiten).

In het ruggenmerg onderdrukken kleine vezels die pijnsignalen transporteren de remcellen (inhiberende interneuronen), die normaal gesproken de transmissiecellen aansturen die verantwoordelijk zijn voor het verzenden van pijnsignalen naar de hersenen. Wanneer deze remcellen worden geremd, worden de transmissiecellen actiever, waardoor pijnsignalen de hersenen kunnen bereiken. Dit wordt het openen van de poort genoemd. Grote vezels, die niet-schadelijke signalen zoals aanraking of beweging transporteren, activeren daarentegen de remcellen, waardoor de activiteit van de transmissiecellen afneemt en pijnsignalen de hersenen niet kunnen bereiken. Dit wordt het sluiten van de poort genoemd.

Met andere woorden, kleine vezels verhogen de activiteit van transmissiecellen en pijnsignalen, terwijl grote vezels de activiteit van deze cellen verlagen en zo pijnsignalen blokkeren. Wanneer beide vezeltypen tegelijkertijd actief zijn, hebben ze een tegengesteld effect op de pijnoverdracht. Door het sluiten van de poort worden pijnsignalen die het centrale zenuwstelsel bereiken verminderd of zelfs volledig geblokkeerd, waardoor de pijn minder of helemaal niet meer wordt waargenomen.

Wrijven, snelle bewegingen en strelen zijn dus geen nutteloze reacties. Ze activeren grote zenuwvezels die de pijnsignalen blokkeren.

Praktische toepassingen

Deze revolutionaire theorie wordt beschouwd als de verklaring voor sommige hedendaagse pijntherapieën, zoals transcutane elektrische zenuwstimulatie (TENS) of acupunctuur.

TENS maakt gebruik van zwakke elektrische stroompjes die op de huid worden aangebracht om pijn te verlichten. Hoewel de precieze werking ervan onduidelijk is, is het idee dat TENS grotere zenuwvezels activeert die de "poort sluiten" voor pijnsignalen van kleinere zenuwvezels, waardoor deze de hersenen niet kunnen bereiken – precies zoals de poortcontroletheorie suggereert.

Acupunctuur zou op dezelfde manier kunnen werken. De hypothese is dat naalden op specifieke punten van het lichaam de grotere zenuwvezels stimuleren, waardoor de poort weer sluit.

Volg ons

Pijl

Begin met NeuroTracker

Dank u wel! Uw inzending is ontvangen!
Oeps! Er is iets misgegaan tijdens het verzenden van het formulier.

Onderbouwd door onderzoek

De impact van driedimensionale objecttracking (3D-MOT) op cognitieve prestaties en hersenactiviteit bij voetballers

Welkom bij de afdeling Onderzoek en Strategie van [bedrijfsnaam] in de snel veranderende wereld van vandaag.

Volg ons

Gerelateerd nieuws

Waarom vooruitgang bij hoogbegaafde kinderen met ADHD zo inconsistent aanvoelt, zelfs als ze vooruitgang boeken

Begrijp waarom vooruitgang bij ADHD soms inconsistent aanvoelt en hoe je echte verbetering in de loop van de tijd kunt herkennen.

Onderwijs
Waarom hoogbegaafde kinderen met ADHD zich op sommige dingen wel intens kunnen concentreren en op andere helemaal niet?

Ontdek waarom kinderen met ADHD zich intensief kunnen concentreren op sommige taken, maar moeite hebben met andere, en hoe je hen kunt helpen hun aandacht beter te reguleren.

Onderwijs
Waarom hoogbegaafde kinderen met ADHD tegelijkertijd zowel geavanceerd als worstelend kunnen lijken

Begrijp waarom vooruitgang bij ADHD soms inconsistent aanvoelt en hoe je echte verbetering in de loop van de tijd kunt herkennen.

Onderwijs
X
X